5 sep. 2013

Lessen van een 15 jarige die een revolutionaire test voor kanker uitvond | Jack Andraka

Een veelbelovende test voor alvleesklier-kanker ... van een tiener.

Het gaat gewoon om je ideeën.
Wat mij betreft gaat het allemaal over op een nieuwe manier naar het internet kijken, om je te realiseren dat er zoveel meer in zit, dan gewoon suffe foto's van jezelf posten. Je zou de wereld kunnen veranderen.

Een verhaal met veel meer lessen dan je zou denken. 






Emotionele pijn als drijfveer


Heb je ooit een moment in je leven meegemaakt dat zo pijnlijk en verwarrend was, dat je alleen maar zoveel mogelijk wilde leren om het te kunnen begrijpen?

Toen ik 13 was, overleed een vriend van mijn familie, hij was als een oom voor me, aan alvleesklier-kanker. Toen die ziekte zo dichtbij toesloeg, wist ik dat ik meer moest leren.
Ik zocht antwoorden online.

Schokkende ontdekkingen


Ik vond een wirwar van statistieken over alvleesklier-kanker.
Wat ik vond, schokte me.
Meer dan 85 procent van alle alvleesklier-kankergevallen wordt laat gediagnosticeerd, als iemand minder dan 2 procent kans heeft te overleven.
Waarom zijn we zo slecht in het opsporen van alvleesklier-kanker?
De reden?
De huidige moderne geneeskunde is een 60 jaar oude techniek.
Dat is ouder dan mijn vader.

(Gelach)

Maar het is ook extreem duur: 600 euro per test en het is enorm onnauwkeurig: 30% van alle alvleesklier-kankergevallen wordt gemist.

Je dokter zou overdreven bezorgd moeten zijn dat je de kanker hebt, om je deze test te willen geven.

Ik kan dit beter. 




Toen ik dit vernam, wist ik dat het beter moest kunnen.
Dus stelde ik wetenschappelijke criteria op voor hoe de sensor eruit zou moeten zien om effectief alvleesklier-kanker te kunnen diagnosticeren.
De sensor zou goedkoop, snel simpel, gevoelig, selectief, en minimaal invasief moeten zijn.

Er is een reden waarom deze test al meer dan 60 jaar onveranderd bleef.
Als we naar alvleesklier-kanker kijken, kijken we naar je bloed, dat al overloopt van al die honderdduizenden eiwitten, en je zoekt een minuscuul verschil in dat kleine beetje eiwit, van alleen dat ene eiwit.
Dat is bijna onmogelijk.

Tiener optimisme en een nieuwe missie


Toch, onverschrokken vanwege mijn tiener-optimisme -- (Applaus) -- bezocht ik de twee beste vrienden van een tiener: Google en Wikipedia.

Ik vond alles voor mijn huiswerk op deze twee bronnen.
Ik vond een artikel met een database van meer dan 8.000 verschillende eiwitten die gevonden worden als je alvleesklier-kanker hebt.
Ik besloot hiervan mijn nieuwe missie te maken: door al deze eiwitten heengaan en kijken welke als biomarker konden dienen voor alvleesklier-kanker. Om het mezelf een beetje makkelijker te maken, besloot ik om wetenschappelijke criteria in kaart te brengen. Dit zijn ze. Allereerst zou het eiwit in wezen in alle alvleesklier-kankergevallen in het bloed moeten worden gevonden in de voorstadia, maar ook bij kanker.

Ik ploeterde op die gigantische taak, en uiteindelijk, bij de 4000e poging, terwijl ik op het punt stond mijn verstand te verliezen, vond ik het eiwit.

De naam van het eiwit: mesotheline, een gewone, standaard eiwitsoort, tenzij je natuurlijk alvleesklier-, eierstok- of longkanker hebt, waarbij flink hoge concentraties ervan in je bloed worden gevonden.

Het draait ook om het feit dat het in de vroegste stadia van de ziekte wordt gevonden, als iemand bijna 100%  kans heeft om te overleven.

Dus nu ik een betrouwbaar eiwit kon detecteren, richtte ik mijn aandacht op het daadwerkelijk detecteren van dat eiwit en daarmee alvleesklier-kanker.

Mijn doorbraak kwam op een heel onwaarschijnlijke plaats, misschien de meest onwaarschijnlijke plaats voor innovatie: mijn middelbare school biologieklas, de meest verstikkende plaats voor innovatie.

(Gelach) (Applaus)

Ik had een artikel binnengesmokkeld over koolstofnanobuizen.

Dat zijn gewoon lange, dunne buisjes koolstof die één atoom dik zijn, één 50-duizendste van de diameter van je haar. Ondanks hun extreem kleine maat, hebben ze ongelofelijke eigenschappen.

Het zijn zo'n beetje de superhelden van de materiaalkunde. En terwijl ik stiekem dat artikel aan het lezen was onder mijn tafeltje in mijn biologieles, moesten we eigenlijk onze aandacht houden bij een andere soort coole moleculen, de antistoffen.

Die zijn behoorlijk cool omdat ze alleen reageren met één specifiek eiwit, maar ze zijn niet half zo interessant als koolstofnanobuizen. Daar, in de klas begon het me plotseling te dagen: ik kon de kennis over koolstofnanobuizen combineren ik kon de kennis over koolstofnanobuizen combineren met waar ik eigenlijk over na hoorde te denken, de antistoffen. Ik kon in wezen een paar van die antistoffen in een netwerk van koolstofnanobuizen verweven, zodat je een netwerk zou krijgen dat alleen reageert met één eiwit. Daarnaast, door de eigenschappen van die koolstofnanobuizen, zouden zijn elektrische eigenschappen veranderen afhankelijk van de hoeveelheid aanwezig eiwit.

Een kankersensor van papier maken.


Maar er kleeft een probleempje aan.
Die koolstofnanobuisnetwerken zijn extreem dun, en omdat ze zo kwetsbaar zijn, moeten ze ondersteund worden.
Daarom besloot ik papier te gebruiken.
Een kankersensor van papier maken, is ongeveer zo simpel als chocoladekoekjes maken, waar ik dol op ben. Je begint met wat water, giet er wat nanobuizen in, voegt antistoffen toe, mengt, pakt een stukje papier, doopt het erin, droogt het en je kunt kanker detecteren.

(Applaus)

Toen bedacht ik plotseling iets dat een beetje een smet op mijn geweldige plan wierp.
Ik kan niet echt kankeronderzoek op het aanrecht doen.
Mijn moeder zou dat niet echt leuk vinden.

Ik besloot een lab te zoeken.

Ik stelde een budget, een materiaallijst, een tijdslijn en een procedure op en e-mailde die naar 200 verschillende professoren aan de Johns Hopkins universiteit en de 'National Institutes of Health', in wezen iedereen die iets met alvleesklier-kanker te maken had. Achterover leunend en wachtend op de binnenstromende positieve e-mails: "Je bent geniaal! Je gaat ons allemaal redden!"

en -- (Gelach)

199 afwijzingen op 200 e-mails


De realiteit was anders: in de loop van de maand kreeg ik 199 afwijzingen op 200 e-mails. Eén professor ging zelfs minutieus mijn hele procedure na -- ik weet niet waar hij de tijd vond -- en gaf aan waarom iedere stap de grootste fout was die ik ooit kon maken. De professoren hadden duidelijk niet zo'n hoge pet op van mijn werk als ik.



Slechts 1 op 200 wilde eens luisteren. 


Maar toch was er een lichtpuntje. Eén professor zei: "Misschien kan ik je helpen, jongetje." Dus ging ik die kant op.

(Gelach)

Drie maanden later kreeg ik van hem eindelijk een harde deadline.

Ik kom in zijn lab, helemaal opgewonden en ga zitten, open mijn mond en begin te praten.
Vijf seconden later roept hij een andere promovendus binnen, promovendi dringen gewoon dit kamertje in en ze vuren allemaal vragen op me af.
Op het laatst voelde ik me een beetje of ik in een sardineblikje zat.
Er waren 20 promovendi, ikzelf en de professor in dit kleine kantoorkamertje.
Zij vuurden een spervuur van vragen op me af, om een hiaat in mijn procedure te proberen te vinden.
Alsof dat waarschijnlijk was, ik bedoel maar, pfff.

(Gelach)

Maar door mezelf bloot te stellen aan die ondervraging, gaf ik antwoord op al hun vragen en raadde naar een flink aantal, maar had die goed.

Uiteindelijk kreeg ik de laboratoriumruimte die ik nodig had.


Kort daarna ontdekte ik echter dat mijn eens briljante procedure zo'n miljoen hiaten had en gedurende zeven maanden heb ik die allemaal minutieus opgevuld.

Het resultaat? 


Een kleine papieren sensor die drie cent kost en vijf minuten om uit te voeren.
Daarmee wordt het 168 keer sneller, meer dan 26.000 keer goedkoper en meer dan 400 keer gevoeliger dan de huidige standaard voor alvleesklier-kankerdetectie.

(Applaus)

Eén van de beste eigenschappen van de sensor is dat hij bijna 100% accuraat is en de kanker in de vroegste stadia kan opsporen wanneer iemand bijna 100% procent kans heeft te overleven. 

Dus in de komende twee tot vijf jaar, zou deze sensor de overlevingskansen voor alvleesklier-kanker van een mistroostige 5,5 procent naar bijna 100 procent kunnen verhogen.
Hetzelfde voor eierstok- en longkanker.



Een wereld aan mogelijkheden voor wie wil zien


Maar dat is nog niet alles.
Door die antistof te vervangen, kun je uitkijken naar een ander eiwit, en daarmee een andere ziekte. Misschien wel elke ziekte in de wereld.
Van hartziekten tot malaria, hiv, aids en andere vormen van kanker -- wat dan ook.

Door het internet is alles mogelijk. 


Hopelijk kunnen we ooit allemaal die ene oom extra hebben, die ene moeder, die ene broer, zus, dat ene familielid om van te houden en zullen onze harten bevrijd zijn van die ene ziektelast die komt van alvleesklier-, eierstok- en longkanker, en mogelijk iedere ziekte.
Door het internet is alles mogelijk.
Theorieën kunnen worden gedeeld, en je hoeft geen professor te zijn met meerdere titels om je ideeën gewaardeerd te zien.
Het is een neutrale ruimte, waar het niet uitmaakt hoe je eruit ziet, wat je leeftijd of geslacht is. waar het niet uitmaakt hoe je eruit ziet, wat je leeftijd of geslacht is.

Het gaat gewoon om je ideeën. 

Wat mij betreft gaat het allemaal over op een nieuwe manier naar het internet kijken, om je te realiseren dat er zoveel meer in zit, dan gewoon suffe foto's van jezelf posten.
Je zou de wereld kunnen veranderen.

Als een 15-jarige die niet eens wist wat een alvleesklier was, een nieuwe manier kan vinden om alvleesklier-kanker te detecteren, kun je je voorstellen wat jij zou kunnen doen!

Bedankt.

(Applaus)

ShareThis